Goedgekeurde rekenmethoden

Er zijn twee standaardrekenmethoden toegestaan om de luchtconcentraties langs wegen te berekenen. Voor wegen binnen een stedelijke omgeving moet standaardrekenmethode 1 (SRM1) gebruikt worden en voor wegen in het open veld standaardrekenmethode 2 (SRM2). De luchtkwaliteit rond industrie of landbouw wordt berekend met SRM 3, de rekenmethode van het Nieuw Nationaal Model (NNM).

Standaardrekenmethode 1, SRM1
Met SRM1 kunnen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen op relatief korte afstanden tot de wegas worden berekend. Afhankelijk van het wegtype is dit tot 30 of tot 60 meter. SRM1 is niet geschikt voor het berekenen van de luchtkwaliteit achter bebouwing. Het is met deze methode ook niet mogelijk om rekening te houden met de invloed van een verhoogde of verdiepte ligging van de weg en met afschermende constructies, zoals geluidschermen en tunnels. Standaardrekenmethode 1 houdt wel rekening met de invloed van aanwezige bomen op de luchtkwaliteit.

Standaardrekenmethode 2, SRM2
Met SRM2 kan de luchtkwaliteit worden bepaald langs wegen door een open, gewoonlijk buiten stedelijk, gebied. Als er bebouwing langs de weg is, kan SRM2 alleen gebruikt worden als de afstand tussen de bebouwing en de weg groter is dan drie keer de hoogte van de bebouwing. Met SRM2 kunnen concentraties worden berekend op relatief grote afstand van de weg. In de praktijk beperken de berekeningen zich meestal tot 1000 meter afstand. Met SRM2 is geen rekening te houden met de invloed van tunnels.

Standaardrekenmethode 3, SRM3
SRM3 is in Nederland voorgeschreven om de gevolgen van punt- of oppervlaktebronnen voor de luchtkwaliteit te berekenen. SRM3 is gebaseerd op de afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Nieuw Nationaal Model (NNM).

Goedgekeurde rekenmodellen
Verschillende instanties hebben rekenmodellen ontwikkeld, die gebaseerd zijn op één van de boven beschreven rekenmethoden. De overheid heeft in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 aangegeven welke rekenmodellen gebruikt mogen worden om de luchtkwaliteit te berekenen. In deze regeling is aangegeven dat het CAR-model voldoet aan SRM1 en het Voorspellingssysteem Luchtkwaliteit Wegtracévarianten (VLW) aan SRM2. Een ander model mag aleen gebruikt worden als dit is goedgekeurd door de minister van Infrastructuur en Milieu. De goedgekeurde rekenmethoden worden gepubliceerd op de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De lijst met goedgekeurde modellen wordt regelmatig geactualiseerd.

Het verschil tussen berekenen en meten
Metingen van stikstofdioxide en fijn-stof geven informatie over de situatie direct rond het meetpunt tijdens de metingen. Metingen worden dus sterk beïnvloed door bronnen in de directe omgeving. Het is soms lastig om de locatie van een meetpunt zo representatief mogelijk te kiezen.

Met modelberekeningen kan informatie verkregen worden over de concentraties in een groot gebied. De resultaten van modelberekeningen worden in Nederland regelmatig met metingen vergeleken en hier zo nodig aan geijkt. Voor berekeningen in stedelijk gebied vindt de controle jaarlijks plaats. In het kader van de monitoring van het NSL voert het RIVM naast de reguliere metingen ook extra metingen aan stikstofdioxide en fijn stof uit.